Een veulen

AOf_20200304_Amsterdam-2894-1024x1024

Je kunt hier jaren rondlopen zonder dat iemand je kent. Wanneer ze vragen wie je bent, willen ze weten voor welke firma je werkt en wat je verdient. Hooguit vraagt daarna nog iemand welke opleiding je eigenlijk hebt gevolgd, maar meestal is dat de inleidende beschieting voor een snelle date. Dit werk is zo intens. Je moet vaak en snel schakelen en er zijn dagen dat je vergeet dat je bestaat. Je handelt af wat zich voor je ophoopt, je anticipeert op wat gaat komen en waar nodig forceer je een weg naar de succesvolle afhandeling van een zaak, een kwestie, een issue. On top blijven, daar draait alles om. Afgelopen weekend was je heel even buiten de stad, met de nieuwe collega die eerder die week had doorgevraagd naar je studie. Deze heette Dirk en hij had voor je uit gelopen met van die beslisbenen. Hier links, daar rechts, dan weer rechtdoor. Weilanden vouwden zich in steeds nieuwe glooiingen, onderbroken door een enkele eenzame boom. Dirk ratelde over het werk, zijn opwinding was die van de nieuwkomer. Je was allang gestopt met luisteren toen je bleef staan bij de aanblik van een veulen dat schutterig naast zijn moeder stond. Je bukte en klom onder het prikkeldraad door. Legde je hand op de hals van het paard. Het veulen wendde zich naar je toe en raakte met zijn zachte neus je uitgestrekte hand. Je had kunnen huilen op dat moment. Nu ben je hier en het bekende spel staat op het punt van beginnen. Je hand voelt nog de fluwelen aanraking van de oneindig zachte neus van het veulen, langs je pols kruipt de warme ademhaling van een ander leven.

Tekst Marjolein Scherphuis | Foto Alfred Oosterman

Verder

AOf_20200122_Zwolle-2684-768x768.jpg

Je belt met zijn zus. Vreemd hoe jij het gevoel hebt dat je leven nog gaat beginnen, terwijl om je heen de eersten al vertrekken. Jij gelooft dat er iets groots en meeslepends op je wacht, je vertrouwt erop dat ieder moment de bedoeling van alles zich zal ontvouwen. Deze man was jouw man, ooit, maar hij is bij je weggedreven en jullie geluk is uitgevlakt. Eerst door de tijd en daarna door nieuwe grote liefdes, nieuwe verwelkomingen en nieuw afscheid.
Je luistert naar een stem die zwaar is van verdriet. Gek dat mensen altijd over de details van de dingen praten. Hoe laat de arts kwam, dat de koffie koud achterbleef in de kopjes, dat het gelukkig snel ging en zonder complicaties. Je denkt na over dat woord. Complicaties. Onverwachte klachten, een probleem. Symptomen. Het hele leven is een complicatie. Dat zou hij gezegd hebben en hij zou er bij gelachen hebben, zijn hoofd iets schuin naar achter, zijn kin omhoog. Je lachte graag om zijn grapjes, je hield van hem vanwege zijn grapjes, wanneer ben je dat precies vergeten?
De stem is stilgevallen. Nu moet jij iets zeggen. Je sluit je ogen en ziet een gedekte eettafel, een beslapen bed. Je hebt hem destijds zonder enige vorm van protest laten vertrekken. Waarom eigenlijk? Je probeert iets wezenlijks te formuleren, iets waar de rouwende mee verder kan. De hond trekt aan haar riem. Ze wil dat je weer in beweging komt. Je hoort jezelf zeggen dat je verder moet.

Tekst Marjolein Scherphuis | Foto Alfred Oosterman

Kennen

Schermafbeelding 2020-02-23 om 14.29.48

Ze komen in steeds grotere getale binnen. Eerst stelde het je gerust, het rijtje appjes in het venster van je mobiel. Ze dacht aan je! Maar nu de stroom onstuitbaar lijkt geworden, krijg je het er een beetje benauwd van. Ze deelt alles met je, ook dingen die je niet per se hoeft te weten. Wat haar vriendinnen zeggen, wat haar vriendinnen denken, wat haar vriendinnen doen. Welke broek ze draagt, welk shirtje, welke schoenen. Ze stuurt foto’s van zichzelf, met getuite mond, staand voor een spiegel waarin je een deel van een meisjeskamer ziet afgebeeld. Je ontmoette haar op een feest. Ze was het soort meisje dat niet meteen ladderzat op je schoot klom. Ze had in de deuropening van de kamer staan kijken naar de anderen, haar hand losjes op een heup, de andere hand om de deurpost. Ze zag eruit als iemand om van te houden. Op dat moment dacht je te weten wie ze was. Alle verdere rituelen van toenadering konden overgeslagen worden. Ze had in de stilte van de bijna-ochtend naast je gefietst en jullie hadden gezwegen. ‘Samen zwijgen is de mooiste vorm van praten’, schreef je die avond in je dagboek. Op het scherm verzamelt zich een wolk van nieuwe berichtjes.

Tekst Marjolein Scherphuis | Foto Alfred Oosterman

Ooij

AOf_20120414_Ooijpolder-31-768x768

Dat wilgen in het water groeien, je wist het niet. Vast wel eens op een kalender of in een tijdschrift gezien, maar je hebt dat beeld nooit echt toegelaten, laat staan opgeslagen. Uiterwaarden, je leerde erover op school, opgroeiend in een provincie bedekt met veen en zandgronden, waar men van een rivier slechts dromen kan.
Nu ben je hier. Je ogen tasten gretig deze nieuwe horizon af en je voelt een wilde vreugde. Op jouw leeftijd zijn alle uitzichten wel verkend, uitgekauwd, teruggebracht tot veilige vergezichten. Maar jij mag opnieuw beginnen.
De wind die van het water komt, vouwt de wilgen, buigt de takken, streelt de bladeren. En raakt jouw gezicht aan zoals nieuwe handen zouden kunnen doen. De weg is recht, de weg is krom. De weg is hoog en laag en mét de hoogteverschillen verandert het gezicht van deze polder. Voor wie geen vrees kent, is veel moois weggelegd. Dit nieuwe landschap brengt geen scheiding aan tussen rivier en oevers. Bomen en runderen staan tot over hun enkels in het water. Vredig. Volkomen gerust op een goede afloop. Heimwee overspoelt je. Het is dit landschap, dat je nog niet kent en waarin zoveel verstreken tijd rondzingt. Bij het ontwaken zag je ooievaars. Een vriend appte je en vroeg: ‘Heten die waar jij nu bent dan Ooijevaars?’

Tekst Marjolein Scherphuis | Foto Alfred Oosterman

Gezien

AOf_20200122_Zwolle-2680-1024x1024

Vanaf het moment dat je de hal betreedt, voel je je bekeken. Je bestaan wordt ongemakkelijk uitvergroot doordat de zalen die je doorkruist jou lijken uit te lichten in plaats van de tentoongestelde kunstwerken. Jou in enkelvoud. Jou in afgesneden vorm. Jou zonder hem. Je ongemak neemt pas in de museumwinkel echt onverdraaglijke vormen aan. Waar je tot dan toe het geluid van zijn voetstappen hebt gemist, ontbreekt nu zijn stem. Je zoekt naar zijn hand om de jouwe, op weg naar een mooie uitgave of een bijzonder exemplaar. Dat de stilte van een ontbrekende stem zo oorverdovend kan zijn. Geruisloos spoed je je naar de hal, waar je de uitgang weet. Er wordt naar je gekeken, maar je wordt niet meer gezien.

Tekst Marjolein Scherphuis | Foto Alfred Oosterman

Op hoogte

AO

Op hoogte oogt alles anders. Je ziet grote dingen zich verkleinen. En kleinere zaken verdwijnen in een samenvallen met soortgenoten. Een verzameling gebouwen wordt een stad, een skyline, een stenen uitzicht. Staand op het dak van het grootste gebouw van de stad, word je geconfronteerd met een nog hoger bouwwerk. Zo gaan die dingen, dat heb je al vaker gemerkt. Als je denkt dat je er bent, blijk je vaak nog maar aan het begin te staan. Het is als met kennis vergaren. Hoe meer je weet, hoe groter je besef van wat je niet weet. Je staat oog in oog met de klok. De tijd, die wordt aangegeven door de verschuivende wijzers van de klok, is net zoiets. Je kunt weten hoe laat het is, maar daarmee weet je niet hoeveel tijd je nog rest. En de voorbije tijd is ingedikt tot een paar indringende momenten. Je snuift de koude lucht in en voelt hoe kleine regendruppels je gezicht beroeren. Je recht je rug. Aangeraakt worden door het leven vraagt om een oplettende houding. Zoals een nieuw uitzicht vraagt om nieuwe inzichten.

Tekst Marjolein Scherphuis | Foto Alfred Oosterman

Het toegebrachte leven

AOf_20200107_Groningen-2614-1024x1024

Je weet dat je alleen voorwaarts kunt leven. Wat geweest is neem je weliswaar mee, maar je kunt er niet naar terug. Eenmaal toegebracht leven is onomkeerbaar, je kunt hooguit kiezen er wel of niet aan terug te denken. En zelfs dat laatste is niet voor iedereen weggelegd. Herinneringen die met een bijl in je hersenen zijn gekliefd, laten zich, ook decennia later, niet wegdenken. Zij vervoegen zich bij je mentale voordeur en verdringen elkaar als het gaat om het zich zo levendig mogelijk presenteren.
Wat kun je doen als vergeten geen optie is. De deur openzetten en de herinneringen, gevoelens – je ongevraagde staat van zijn – toelaten, deze verwelkomen als gasten, zoals in het door Coleman Barks zo raak vertaalde gedicht* van de Perzische filosoof en dichter Rumi. Je gevoelens een stoel aanbieden en je oefenen in geduld, tot ze verkiezen te vertrekken.
De benauwenis is eindig, de opluchting voor altijd.
Je gasthuis kan niet groot genoeg zijn.

Tekst Marjolein Scherphuis | Foto Alfred Oosterman

 

*
The Guesthouse | Rumi
Translated by Coleman Barks

This being human is a guest house.
Every morning a new arrival.
A joy, a depression, a meanness,
some momentary awareness
comes as an unexpected visitor.
Welcome and entertain them all!
Even if they’re a crowd of sorrows,
who violently sweep your house
empty of its furniture, still,
treat each guest honorably.
He may be clearing you out
for some new delight.
The dark thought, the shame, the malice,
meet them at the door laughing,
and invite them in.
Be grateful for whoever comes,
because each has been sent
as a guide from beyond.