Ballast

AOf_20190524_Eefje_s-Hertogenbosch-0757-1024x1024

Je hoort ze dagelijks in je hoofd. De wetten waarmee je bent grootgebracht. Niet met lege handen naar de keuken. Niet met lege handen de trap op. Niet met lege handen waar dan ook naartoe. Ze spelen zichzelf af als een grijsgedraaide elpee op een platenspeler met een krakende naald. Altijd de pot omspoelen met heet water voor je thee zet. Je servet met kleine bewegingen uitvouwen voor je het op schoot drapeert. Je bestek van buiten naar binnen gebruiken. Je krijgt die innerlijke stem niet stil. Vanaf het moment dat je wakker wordt tot het moment dat je in slaapt valt krijg je de eisen die het bestaan aan je stelt, verpakt in zogenaamd goedbedoelde adviezen, om je interne oren geslingerd. Begrijpend knikken als je naar iemand luistert. Ouderen altijd voor laten gaan. Nooit zonder make-up de deur uit. Soms helpt het om veel wijn te drinken. Of een vette joint op te laten volgen door nog een vette joint. Maar als je dan midden in de nacht met hevige dorst wakker wordt, en heel even niet weet waar je bent, gaat de stem genadeloos door waar-ie was gebleven. Nooit je vuile was buiten hangen. De kleur van je schoenen laten matchen met de kleur van je handtas. Altijd op moeiteloze wijze geluk uitstralen. Aan sommige van de wetten kun je voldoen, zij het dat je tandenknarsend je theepot omspoelt met kokend water. Je bent het een ritueel gaan noemen om er nog iets van eigenheid aan toe te kennen. In andere verslik je je. Want liever liep je hier met lege handen.

Tekst Marjolein Scherphuis | Foto Alfred Oosterman
Advertenties

Hond

AOf_20190524_Eefje_s-Hertogenbosch-0727-768x768

Je loopt er dagelijks langs met de hond. En ongewild denk je iedere dag hetzelfde. Je bent het er niet mee eens. Om te beginnen had het gedicht Stilte moeten heten, in plaats van Vogel. En verder had het niet geschreven moeten worden, niet op deze manier. Want het is niet waar dat een vogel geen geluid maakt. De vleugels van een vogel verplaatsen lucht en luchtverplaatsing maakt geluid. Misschien niet veel geluid, maar toch. Je begrijpt dat de dichter zijn verbazing wil uitspreken over het vermogen van vogels om te vliegen, om te zweven. En waar zweefvliegtuigen dat ten opzicht van gemotoriseerd vliegverkeer ogenschijnlijk geruisloos doen, maakt ook dat geluid. Dus het klopt niet. En dat stoort je. Iemand heeft de moeite genomen het gedicht op een muur te schilderen. Dat maakt het erger. Als het bij een handgeschreven versie op een kladblaadje was gebleven was het te overzien geweest. Nu staat er in koeienletters onzin op een muur gekalkt. Onzin die door de meeste mensen voor waar wordt aangezien. Want zo gaat dat. Wie hard schreeuwt, wordt geloofd. Je hebt het wel eens aangekaart, thuis. Maar daar is niemand geïnteresseerd in je betoog. Daar is om te beginnen niemand geïnteresseerd in het gedicht, laat staan in het bestaansrecht ervan. Je bent over het gedicht begonnen bij je lerares Nederlands en die nam je het woord af en roemde het gemeentelijke beleid om poëzie af te beelden in de stad. Nu erger je je twee keer aan het gedicht. Omdat het onwaar is en omdat het je eenzaam maakt. Soms word je boos op de hond. Vanwege het uitlaten. Je denkt erover een gedicht te schrijven met die titel. Hond.

Tekst Marjolein Scherphuis | Foto Alfred Oosterman

Opties

AOf_20190608_Frankrijk_Dordogne_Sarlat-0994-768x768

Blijven staan is geen optie. Als je deze jongen iets geeft moet je ze allemaal geld geven en wie garandeert je dat je genoeg overhoudt om zelf van te leven? Je benijdt het gemak waarmee deze mensen overal in de stad hun passiviteit inzetten om anderen in beweging te brengen. Als iedereen zou doen wat zij doen zou het niet meer werken. Blijkbaar zijn er werkpaarden en luxe paarden. Op dit punt beginnen je gedachten je te verwarren. Je kunt het sjofele joch dat tegen de kerkdeur gezakt zit bepaald geen luxe paard noemen. Maar toch – hij heeft niet de zorgen die jij hebt. Hij heeft niet de stress die jij iedere maand opnieuw ervaart om de huur te kunnen betalen, om je werk op tijd af te krijgen, om de rotopmerkingen van je baas te pareren. Benijd je hem? Zou je ook de godganse dag willen rondhangen en je hand op willen houden? Weet je genoeg van de jongen naast je om die afweging te kunnen maken? Want waar slaapt hij? Wat eet hij en hoe vaak? En met wie? Zoëven was je in het schip van de kerk. Bij de gedachte aan de grote Maria die met een glimlach vol mededogen op je neerkeek gaat je hand als vanzelf naar je hart. Je andere hand zoekt naar je portemonnee. Iemand heeft een wereld geschapen en daar de orde der dingen in aangebracht. Het is de mens gegeven om vrije gedachten te ontwikkelen over alles wat hij ziet en ervaart. Maar als puntje bij paaltje komt staan er wetten in de weg, en praktische bezwaren, om alle vrijheid die opkomt in je hoofd daadwerkelijk de ruimte te geven. Aangekomen bij deze gedachte is doorlopen geen optie meer.

Tekst Marjolein Scherphuis | Foto Alfred Oosterman

De goede kant

AOf_20190608_Frankrijk_Dordogne_Sarlat-1013-1024x1024

Je kunt je niet herinneren hoe lang het gaat zoals het gaat. Misschien is het altijd zo geweest. Op vrijdagochtend naar de markt, vooraf met elkaar de aanbiedingen doornemen, gezamenlijk de kramen op het plein bestormen en na afloop uitpuffen bij de bushalte. Tijdens het wachten op de juiste lijn nemen jullie de laatste roddels door. En daar gaat het mis. Op een dag zijn je vriendinnen als op afspraak binnensmonds gaan praten, ze buigen zich alleen nog naar elkaar en negeren jouw kreten om hun zorgvuldig gekozen woorden te herhalen. Je hebt hen nodig om gevoed te worden met verhalen, zelf maak je niks meer mee. Je vraagt je iedere vrijdag af wat je kunt doen om dit tij te keren. Had je zelf maar een smeuïg verhaal dat je op kon dissen zodat ze aan jouw lippen zouden hangen. Desnoods verzon je een verhaal, maar daarvoor ontbreekt je de energie. En na een aantal vrijdagen geërgerd naast hen te hebben gezeten merk je dat iets in je zich verzoent met de buitenpositie waarin je terecht bent gekomen. Het heeft iets aangenaams om naast hen te zitten en bij hen te horen zonder nog deel te nemen aan hun gesprekken. Het zal gaan over de dochter van de kapper of de zoon van de bakker en de een zal zwanger zijn en de ander met stille trom vertrokken en het is allemaal niks nieuws want zo ging het en zo gaat het en zo zal het altijd gaan. Je leunt op je boodschappenkarretje en luistert naar de zangerige toon van de stemmen naast je. Straks zullen ze je helpen je boodschappen in de bus te tillen. En de chauffeur zal pas optrekken als jij zit. Zolang die dingen gaan zoals ze altijd gingen is er niets aan de hand. Je bent nog steeds aan de goede kant.

Tekst Marjolein Scherphuis | Foto Alfred Oosterman

Als je loslaat

AOf_201900523_Straatbeeld_Zwolle-0475-1024x1024

Als je loslaat houdt de muziek op. Dat weet je zeker, want de muziek begon toen jij de piano vastpakte. Je probeert te bedenken of je al eens eerder zo’n belangrijke taak hebt gehad. Je denkt van niet. De man achter de piano leest de muziek af van een vel papier dat voor zijn neus ligt. De vrouw met de glinsterende saxofoon speelt zonder noten en toch klinkt het goed. Zo nu en dan kijken ze naar je – hun hoofden knikken op de maat. Ze weten dat jij de boel gaande houdt, jullie weten het alledrie. De mensen in de treinen die boven jullie hoofden af en aan rijden weten het niet, net zo min als de mensen die in de huizen wonen waar de treinen straks langs zullen rijden. Je mag niet afdwalen, je moet aandachtig blijven vasthouden. Schuin boven je hoofd tikt een klok en verschijnen namen van bestemmingen waar weer nieuwe treinen naartoe rijden langs weer andere huizen waar ook weer onbekende mensen wonen. De perrons hebben nummers. En achter ieder nummer staat een a of een b. Er is een roltrap en een vaste trap en eenmaal in de trein kun je niet meer uitstappen en teruglopen naar de piano om verder te luisteren. De stem van je moeder danst boven de tonen van de vleugel uit, vermengt zich met het geratel van de treinen. Je gaat op één voet staan en vouwt je andere voet over je enkel. Je voelt het gladde hout onder je vingers bewegen. Als je loslaat houdt de muziek op.

Tekst Marjolein Scherphuis | Foto Alfred Oosterman

Hou op met me

‘Hou op met me’, tikken je vingers. Je voegt een rijtje smileys toe en weet dat de toon die je aanslaat niet overeenkomt met hoe je je voelt. Het is een tweede natuur geworden. Leuk doen op de media. Zonder echt te weten uit welk vaatje je tapt, uit welke bron je je woorden opdiept. Het gaat vanzelf. Op internet ben je een gestolde persoonlijkheid geworden. Altijd leuk. Altijd opgewekt. Altijd gelukkig.

Je neemt een haal van je sigaret en een slok van je cola en zet het blikje naast je neer. Je kijkt hoeveel aandacht je gevatte antwoord genereert. Hou op met me. Misschien moet je het tegen jezelf zeggen. Je verlangt naar rust. Naar lange gedachten. Je wilt afscheid nemen van de frantic staat van je hersenen. Voortdurend alert. Altijd versnipperd. Je wilt weten hoe je je echt voelt. Je telefoon zegt pling. En dan nog eens. En nog eens.
Je kijkt, je reageert. Je vingers tikken. Hou op met me.

Tekst Marjolein Scherphuis | Foto Alfred Oosterman

Oorijzer

Schermafbeelding 2019-03-26 om 09.15.54

Even waan je je in de vorige eeuw. Je hersenen vertalen bij het langslopen je korte blik op het meisje in het raam naar een volkenkundig fenomeen. De tweede blik herstelt het evenwicht en brengt je terug in het heden. Wat je ziet is volledig in tegenspraak met het eerdere beeld. Niks vroeger, niks oubollig. Jong, hip, van nu. Je gedachten dwalen om je heen terwijl je verder loopt. Blijkbaar was het een geaccepteerd iets, dat oorijzer van vroeger. Of riep het bij sommige bevolkingsgroepen weerstand op? Je weet het niet. Je weet zoveel niet. Eigenlijk weet je alleen maar dat het goed is om te weten dat je niet alles weet. Omdat wie denkt dat hij de wijsheid in pacht heeft vaak meer kwaad doet dan goed. Het beeld van het meisje in het raam ebt weg. Je gedachten aan de vorige eeuw blijven hangen.

Tekst Marjolein Scherphuis | Foto Alfred Oosterman