Op hoogte

AO

Op hoogte oogt alles anders. Je ziet grote dingen zich verkleinen. En kleinere zaken verdwijnen in een samenvallen met soortgenoten. Een verzameling gebouwen wordt een stad, een skyline, een stenen uitzicht. Staand op het dak van het grootste gebouw van de stad, word je geconfronteerd met een nog hoger bouwwerk. Zo gaan die dingen, dat heb je al vaker gemerkt. Als je denkt dat je er bent, blijk je vaak nog maar aan het begin te staan. Het is als met kennis vergaren. Hoe meer je weet, hoe groter je besef van wat je niet weet. Je staat oog in oog met de klok. De tijd, die wordt aangegeven door de verschuivende wijzers van de klok, is net zoiets. Je kunt weten hoe laat het is, maar daarmee weet je niet hoeveel tijd je nog rest. En de voorbije tijd is ingedikt tot een paar indringende momenten. Je snuift de koude lucht in en voelt hoe kleine regendruppels je gezicht beroeren. Je recht je rug. Aangeraakt worden door het leven vraagt om een oplettende houding. Zoals een nieuw uitzicht vraagt om nieuwe inzichten.

Tekst Marjolein Scherphuis | Foto Alfred Oosterman

Het toegebrachte leven

AOf_20200107_Groningen-2614-1024x1024

Je weet dat je alleen voorwaarts kunt leven. Wat geweest is neem je weliswaar mee, maar je kunt er niet naar terug. Eenmaal toegebracht leven is onomkeerbaar, je kunt hooguit kiezen er wel of niet aan terug te denken. En zelfs dat laatste is niet voor iedereen weggelegd. Herinneringen die met een bijl in je hersenen zijn gekliefd, laten zich, ook decennia later, niet wegdenken. Zij vervoegen zich bij je mentale voordeur en verdringen elkaar als het gaat om het zich zo levendig mogelijk presenteren.
Wat kun je doen als vergeten geen optie is. De deur openzetten en de herinneringen, gevoelens – je ongevraagde staat van zijn – toelaten, deze verwelkomen als gasten, zoals in het door Coleman Barks zo raak vertaalde gedicht* van de Perzische filosoof en dichter Rumi. Je gevoelens een stoel aanbieden en je oefenen in geduld, tot ze verkiezen te vertrekken.
De benauwenis is eindig, de opluchting voor altijd.
Je gasthuis kan niet groot genoeg zijn.

Tekst Marjolein Scherphuis | Foto Alfred Oosterman

 

*
The Guesthouse | Rumi
Translated by Coleman Barks

This being human is a guest house.
Every morning a new arrival.
A joy, a depression, a meanness,
some momentary awareness
comes as an unexpected visitor.
Welcome and entertain them all!
Even if they’re a crowd of sorrows,
who violently sweep your house
empty of its furniture, still,
treat each guest honorably.
He may be clearing you out
for some new delight.
The dark thought, the shame, the malice,
meet them at the door laughing,
and invite them in.
Be grateful for whoever comes,
because each has been sent
as a guide from beyond.

Zij

20170216-Stadsbeeld-Groningen-8139-1024x1024
Vanochtend, in de pauze, heb je haar aangestoten. Zachtjes. Je hebt gezegd dat je haar iets wilt vertellen. En gevraagd of jullie na school af konden spreken bij de steiger. Ze trok een wenkbrauw op. Eentje maar. En toen knikte ze dat bedachtzame knikje van haar. Je hebt hier heel vaak gestaan, alleen. Meestal in de schemering, om te kijken hoe in het huis aan de overkant de lampen aangaan. Je hebt keer op keer warmgeel licht uit de vele ramen zien golven. Dat huis is haar huis. Het doet pijn om op afstand naar de buitenkant ervan te staan kijken als je eigenlijk binnen wilt zijn. Het is een vreemd soort pijn. Schurend, dan weer scheurend. Je bent gaan geloven dat zo’n overheersend gevoel niet zonder reden bestaat en niet zonder betekenis mag blijven. En hoe vaker je hier stond, alleen, hoe wanhopiger je begon te verlangen naar het eind van die pijn. Met welke gevolgen dan ook. Nu staat ze naast je en kijken jullie samen naar het huis aan de overkant. Ze is zo dichtbij dat je met gemak je arm om haar heen zou kunnen slaan. Je voelt een kalmte die je niet van jezelf kent. Dat komt door haar. Zij is het bij wie je je volledig wilt openen, bij wie je precies zult kunnen zijn wie je bent, al weet je soms zelf niet wat dat inhoudt. Dus ga je haar vertellen wat je voor haar voelt. Alleen dat. Je gaat niets vragen, niets voorstellen. Alleen vertellen hoe het voelt om naar haar te verlangen. Zij is het die bepaalt hoe je leven er daarna uit zal zien. Zij.
Tekst Marjolein Scherphuis | Foto Alfred Oosterman

Merry Xmas Everybody

AOf_20171204_Groningen-3613-768x768

Alsof je met een dead body loopt te zeulen, en niemand die het ziet omdat het zo obvious is. Je hebt erover gehoord, over inbraken op klaarlichte dag. Over mensen die je met een grote smile passeren op een drukke markt en tegelijkertijd je portemonnee rollen. Je las op internet over een criminele afrekening. Een man werd totally doorzeefd met kogels terwijl een 4yo op de achterbank van de auto appelsap zat te drinken. Crazy is het, totaal fucked up. Weird ook. Wie doet zoiets. Er zijn ook leuke varianten. Je moeder vertelde dat ze als youngster in een kroeg een barkruk jatte, voor de grap, maar omdat niemand opkeek stond ze uiteindelijk buiten met die barkruk. Samen met een vriendin die crazy de slappe lach had gekregen door het toneelstukje. De barkruk hadden ze achterin hun besteleend gelegd en het ding staat nu, veertig jaar later, in jouw kamer, met een plant erop. Echt nice wel. Zo kan het dus gaan. Gelukkig loop jij niet met een dead body te zeulen, maar staat straks deze boom in je kamer, volgehangen met shiny lichtjes. Nice. Je vriendin zal shotjes inschenken in de smalle keuken die je deelt met je room mates en daarna steken jullie de kaarsen aan en drinken met elkaar de flessen leeg. Ad fundum. Jullie zullen dansen op Merry Xmas Everybody, van Slade. Een 1973 liedje, het jaar van de barkruk. Jullie draaien het ieder jaar, zo hard mogelijk. Fuck de buren. Morgen, in het nieuwe daglicht, zal het je lukken om alles weer te fixen.

Tekst Marjolein Scherphuis | Foto Alfred Oosterman

Sinterklaas

Alfred-Oosterman-fotografie_In-Beeld_Straatbeeld_Waddinxveen-2028-1024x1024

Dit is hoe je je als kind voorstelde dat Sinterklaas te werk ging. Ineengedoken, heimelijk en bovenal zo vlug als water. Komt en gaat in de nacht. Alomvattend aanwezig en meestal onzichtbaar. Of juist andersom. Meer dan zichtbaar in de klas, waar hij torenhoog boven jou en je vriendjes uitstak, en waar je de bovenmeester zag knikken en buigen zoals hij voor niemand deed. Ja Sinterklaas, nee Sinterklaas, natuurlijk Sinterklaas. Het duurde jaren voordat je begreep hoe het kon dat er na het bijwonen van de Sinterklaasintocht bij thuiskomst een pakje op je bed lag. Lief van je moeder, inderdaad. Maar als kind geloofde je in de almacht van de goedheiligman, die blijkbaar overal tegelijk kon zijn. Zo iemand heeft iedereen nodig. Maar eenmaal volwassen neem je zelf de rol van Sinterklaas op je. Je klungelt met pakpapier en plakband. Worstelt met gedichten en verstopt cadeau’s op geheime plekken. Nodig hebben wordt nodig zijn. En opwinding wordt weemoed. Je weet nu wie Sinterklaas is en je weet ook dat de almacht ver te zoeken is. Maar je kwijt je van je taak. Ineengedoken, heimelijk en bovenal zo vlug als water.

Tekst Marjolein Scherphuis | Foto Alfred Oosterman

Ik weet niet wat er nu komt

AOf-20190920_Amsterdam-1915-1024x1024

Je beseft meer en meer hoe dun de scheidslijn is geworden. Tussen leven en dood. Tussen oorlog en vrede. Tussen een bestaan of een schim van een bestaan. Op je telefoon de beelden van de ontruiming van een vluchtelingenkamp. Het valt je op hoeveel troep er overblijft bij het wegvagen van het marginale bestaan van zovelen. Geen toekomst, geen weg terug. Iemand van hen wordt geïnterviewd. ‘Ik weet niet wat er nu komt’, zegt hij, ‘en dat geeft stress.’ Je beseft dat wat jij aanziet voor een groep, geen groep is. Het is een verzameling individuen zonder fundament en zonder houvast. Hoe zal over vijftig jaar over deze periode worden gesproken? Zullen de kinderen van je kinderen aan je vragen waar jij was? Wat jij hebt gedaan? Zul je kunnen uitleggen dat je bij de zwijgende meerderheid hoorde die weliswaar luidkeels meningen verkondigde maar geen vinger uitstak? De wereld staat in brand en iedereen die je kent leeft door alsof er niets aan de hand is. Inclusief jijzelf. Er is geen beginnen aan, dus doe je niks. Alleen dit soort wringende gedachten hebben, waar niemand iets aan heeft. Wat als het jou zou treffen? Wat als op een dag de soldaten bij jou de straat in marcheren? Wat als jij halsoverkop je huis moet verlaten? Wat als jou je tijdelijke slaapplek op een modderig veld temidden van haveloze medevluchtelingen wordt afgenomen? Wat als jij jezelf hoort zeggen: ‘Ik weet niet wat er nu komt?’

Tekst Marjolein Scherphuis | Foto Alfred Oosterman

Alles

AOf_20190523_Peize-0471-768x768

De wereld is gek geworden, dat weet je al heel lang. Het is het soort waarheid dat zijn bestaansrecht steeds opnieuw wil bewijzen en daar steeds overtuigender in slaagt. Je slaat de meeste uitzendingen van het Journaal over maar dat volstaat niet meer om de angst uit je systeem te houden. Decennia geleden, bij het opvoeden van je kinderen, bij het moeten aanzien van hun kwetsbaarheid, hielp het om de bekendste dichtregel van Lucebert dagelijks door je gedachten te laten gaan. Je hersenen betastten de woorden zoals de vingers van Boeddhisten de kralen van hun gebedsnoeren beroeren. Alles van waarde is weerloos. Het toelaten van de betekenis van die woorden was een daad van overgave. En de magische gedachte was dat je in ruil daarvoor hun bescherming afsmeekte. Maar de tijd heeft je een generatie opgeschoven. En als je dit kind onder je hoede hebt, is het onverdraaglijk om de haartjes in haar nek te zien opkrullen, de kuiltjes bovenop haar handje te zien indeuken als ze haar vingers naar je uitstrekt. Haar kwetsbaarheid heeft een verwoestende werking op je. Hoe heb je het zo gemakkelijk kunnen opvatten vroeger. Hoe heb je kunnen denken dat je je kinderen kon beschermen door zoiets stompzinnigs als een dichtregel. Het kwaad waart rond. Het gevaar is overal.
Haar voetje zoekt de eerste trede, je hand ondersteunt haar beweging. Met haar komst is alles aan het bestaan weerloos geworden. Alles.

Tekst Marjolein Scherphuis | Foto Alfred Oosterman