School

AOf_20200713_Straatbeeld_Groningen-3878-1024x1024

Je tocht naar het schoolgebouw was een dagelijks terugkerende realiteit, nu is het een herinnering aan een ritme dat is vervaagd door de gestage terugkeer van de maatregelen. School. Je had er een hartstochtelijke hekel aan en nu mis je het. En het missen doet pijn. De link tussen het stomvervelende regime en de welkome contacten met je vrienden is je inmiddels ten volle duidelijk geworden. Het vanzelfsprekende is weggevallen. Hangen bij de bushalte, hangen op het schoolplein, hangen bij de AH – het is allemaal vervangen door Het Grote Niets. Ja, je kunt videobellen maar dat haalt het niet bij het schouder aan schouder de school uitlopen en als één man richting kiezen, op weg naar een nieuw avontuur of relletje. Je mist de energie van de jongens. Hun geschreeuw, hun gelach, hun geduw. Het slaan op schouders, het kijken naar meisjes, het luidkeels becommentariëren van elkaars kansen op een afspraakje. School. Wie had kunnen denken dat je er om zou huilen, zoals je gisteravond deed toen je klaarwakker in je bed lag. Er is geen woord voor wat je mist, er is geen term voor de verzameling gevoelens die onbeantwoord blijft. Dus verlang je naar het stomste dat er bestaat. School. Je verlangt naar school.

Zeer Kort Verhaal #ZKV  Marjolein Scherphuis | Straatbeeld Alfred Oosterman

De lege stad

AOf_20200713_Straatbeeld_Groningen-3871-768x768

De leegte is opgekropen naar je hoofd. In het begin van de lockdown las je een bericht over zwervers in Manhattan die aan de politie hadden gevraagd waarom de stad zo leeg was. Waar waren de mensen? Je had gehuiverd bij het lezen van het bericht en je had je afgevraagd hoe het moest zijn om op straat te leven en geen toegang te hebben tot welke informatie dan ook. De zwervers speelden daarna in je hoofd regelmatig een rol in een science fiction film. Iedere dag zagen ze vanuit hun buitenslaapplek het straatbeeld leger worden, totdat er geen mensen meer in voorkwamen. ’s Nachts liepen er schuwe herten nieuwsgierig door de hoge, lege straten. Marters en eekhoorns snuffelden aan de overvolle vuilnisbakken en vogels vlogen met trage vleugelbewegingen door de engte tussen de huizenblokken. Verwachtten de zwervers ieder moment een groot zoeklicht uit de nauwe strook nachtelijke lucht op zich te zien vallen? Vreesden ze vreemdsoortige buitenaardse wezens die over het trottoir in hun richting zouden dwalen? De zwervers zijn langzaam maar zeker uit je hoofd verdwenen. Ze hebben plaatsgemaakt voor beelden in je eigen stad. Beelden van alles wat er niet is. Beelden van geen studenten, van geen zee van slordig gestalde fietsen, geen stadsgeluiden, geen winkelende mensen, geen stemmen, geen verkeer. Beelden van geluidloze leegte. De stilte is onderdeel geworden van jou, en jij van de stilte. Zitten en kijken volstaat. Kijken naar de lege stad.

Zeer Kort Verhaal #ZKV  Marjolein Scherphuis | Straatbeeld Alfred Oosterman

Je bent thuis

AOf_20180913_200x200cm_7869-768x768

Het is alsof je naar een film kijkt. Op het bewegende doek ontvouwt zich een even krachtige als eenvoudige voorstelling, waarin een jong stel naar een gezamenlijke toekomst fietst. Het beeld raakt aan herinneringen die diep in je besloten liggen. In vage contouren zie je de lege ruimtes die je in je bestaan samen met anderen hebt gevuld. Een eerste liefde, toen een tweede liefde. En een derde. Een zolder, een etage, een eensgezinswoning. Bankstel, schemerlamp, prullenbak, boeken, cd’s, pannen, een bed. Ze gingen waar jij ging, van het ene naar het andere adres. Trappen op, trappen af, straten door, busje in, busje uit.
Je glimlacht bij het beeld dat langsfietst. Je ziet geluk en weet dat er uiteindelijk tranen zullen volgen. Tranen om benauwenis, tranen om ontrouw, tranen om verlies. Het geeft niet. Net als het gezeul met spullen is het gehannes met emoties onvermijdelijk. Jij legde alle wegen af, ze liggen achter je als een geheime routekaart met stil geluk als bestemming. Je spullen waren de zwijgende getuigen van het pad dat je liep om te komen waar je nu bent.
Thuis. Je bent thuis.

 

Zeer Kort Verhaal #ZKV  Marjolein Scherphuis | Straatbeeld Alfred Oosterman

Sint-Joris en de draak

Je staat altijd middenin de geschiedenis, zowel de versie in wording als de opgeslagen variant uit het verleden. Om die laatste niet verloren te laten gaan vertellen we elkaar verhalen, leggen we belangwekkende gebeurtenissen en tijdvakken vast in geschiedenisboeken (altijd selectief, altijd onze versie, ook hier bestaat de waarheid niet) en richten we standbeelden op. Voor Sint-Joris en de draak zamelde een daartoe speciaal opgericht comité in de provincie Groningen in 1946 geld in. De ridder in maliënkolder is gemaakt van kostbaar brons. De draak, voorzien van swastika’s om de kop, heeft een onbeduidende plaats gekregen, het dier is weggemoffeld als reliëf in de stenen sokkel. De beeldhouwer is Oswald Wenckebach. Hij liet niets aan het toeval over. Op het zwaard van Sint-Joris staat daarom geschreven: Justitia, Libertas, Pax (Rechtvaardigheid, Vrijheid, Vrede), want daar was het allemaal om te doen. Daar is het nog steeds allemaal om te doen. Maar zo achteloos als we de merktekenen van heftige episodes uit onze eigen geschiedenis gebruiken – bijvoorbeeld als steunmuurtje bij het whatsappen over de dagelijkse boodschappen – zo achteloos gebruiken we ook de waarden van vrijheid.
Zo zijn wij in onze dagen getuige van een vervreemde opvatting over vrijheid. Een term die in de mond wordt genomen door mensen die zichzelf alles en anderen niets gunnen. De vrijheid van anderen lijkt hun beperking te vormen. En die beperking moet uit de weg worden geruimd, koste wat kost.
Bewust of onbewust, je staat altijd middenin de geschiedenis. Je kinderen en je kleinkinderen zullen je later vragen waarom je zweeg. Waarom je niet handelde. En in je hart zul je weten op welke momenten je de tijdgeest haar gang hebt laten gaan. Het zijn ogenschijnlijk onbeduidende momenten. Een opmerking op een verjaardag die je niet pareerde. Een opvatting van een vriend die je niet verwachtte maar ook niet aan de kaak stelde. Lacherige kreten van collega’s die je aanhoorde, en ook al verstijfde je en lachte je niet mee, je stem weigerde dienst toen je wilde zeggen dat je het er niet mee eens bent dat hele groepen mensen worden weggezet als lui, of slecht, of crimineel. Of waardeloos.
Oswald Wenkebach verbeeldde Nazi-Duitsland als een mechanisch monster met schubben in de vorm van de kop van de Duitse adelaar. Aan de ooit oppermachtigen werd niet meer dan een plaats in reliëf toegekend.
Sint-Joris torent eenzaam boven de verslagen draak uit aan de voet van de Martinitoren in Groningen. Hoeveel mensen kennen de betekenis van het beeld? Volstaat het om na afloop van een pervers stuk geschiedenis een mening in brons te vervatten? Moeten we ons als mensen van vlees en bloed niet actief met de loop der dingen bemoeien? Arnon Grunberg reikte ons in zijn 4 mei-voordracht het woord aan waarmee we de loop van onze persoonlijke geschiedenis kunnen beïnvloeden. Waarmee we onze kleine levens aaneen kunnen rijgen tot een gezamenlijkheid die tot geschiedenis kan verworden.
Het woord is nee.
Nee tegen onverdraagzaamheid, nee tegen uitsluiting. Nee tegen haat.
En bovenal: nee tegen achteloosheid en onverschilligheid.

Mei 2020 – Een opvatting van Marjolein Scherphuis bij het bekijken van een foto van Alfred Oosterman

Een veulen

AOf_20200304_Amsterdam-2894-1024x1024

Je kunt hier jaren rondlopen zonder dat iemand je kent. Wanneer ze vragen wie je bent, willen ze weten voor welke firma je werkt en wat je verdient. Hooguit vraagt daarna nog iemand welke opleiding je eigenlijk hebt gevolgd, maar meestal is dat de inleidende beschieting voor een snelle date. Dit werk is zo intens. Je moet vaak en snel schakelen en er zijn dagen dat je vergeet dat je bestaat. Je handelt af wat zich voor je ophoopt, je anticipeert op wat gaat komen en waar nodig forceer je een weg naar de succesvolle afhandeling van een zaak, een kwestie, een issue. On top blijven, daar draait alles om. Afgelopen weekend was je heel even buiten de stad, met de nieuwe collega die eerder die week had doorgevraagd naar je studie. Deze heette Dirk en hij had voor je uit gelopen met van die beslisbenen. Hier links, daar rechts, dan weer rechtdoor. Weilanden vouwden zich in steeds nieuwe glooiingen, onderbroken door een enkele eenzame boom. Dirk ratelde over het werk, zijn opwinding was die van de nieuwkomer. Je was allang gestopt met luisteren toen je bleef staan bij de aanblik van een veulen dat schutterig naast zijn moeder stond. Je bukte en klom onder het prikkeldraad door. Legde je hand op de hals van het paard. Het veulen wendde zich naar je toe en raakte met zijn zachte neus je uitgestrekte hand. Je had kunnen huilen op dat moment. Nu ben je hier en het bekende spel staat op het punt van beginnen. Je hand voelt nog de fluwelen aanraking van de oneindig zachte neus van het veulen, langs je pols kruipt de warme ademhaling van een ander leven.

Tekst Marjolein Scherphuis | Foto Alfred Oosterman

Verder

AOf_20200122_Zwolle-2684-768x768.jpg

Je belt met zijn zus. Vreemd hoe jij het gevoel hebt dat je leven nog gaat beginnen, terwijl om je heen de eersten al vertrekken. Jij gelooft dat er iets groots en meeslepends op je wacht, je vertrouwt erop dat ieder moment de bedoeling van alles zich zal ontvouwen. Deze man was jouw man, ooit, maar hij is bij je weggedreven en jullie geluk is uitgevlakt. Eerst door de tijd en daarna door nieuwe grote liefdes, nieuwe verwelkomingen en nieuw afscheid.
Je luistert naar een stem die zwaar is van verdriet. Gek dat mensen altijd over de details van de dingen praten. Hoe laat de arts kwam, dat de koffie koud achterbleef in de kopjes, dat het gelukkig snel ging en zonder complicaties. Je denkt na over dat woord. Complicaties. Onverwachte klachten, een probleem. Symptomen. Het hele leven is een complicatie. Dat zou hij gezegd hebben en hij zou er bij gelachen hebben, zijn hoofd iets schuin naar achter, zijn kin omhoog. Je lachte graag om zijn grapjes, je hield van hem vanwege zijn grapjes, wanneer ben je dat precies vergeten?
De stem is stilgevallen. Nu moet jij iets zeggen. Je sluit je ogen en ziet een gedekte eettafel, een beslapen bed. Je hebt hem destijds zonder enige vorm van protest laten vertrekken. Waarom eigenlijk? Je probeert iets wezenlijks te formuleren, iets waar de rouwende mee verder kan. De hond trekt aan haar riem. Ze wil dat je weer in beweging komt. Je hoort jezelf zeggen dat je verder moet.

Tekst Marjolein Scherphuis | Foto Alfred Oosterman

Kennen

Schermafbeelding 2020-02-23 om 14.29.48

Ze komen in steeds grotere getale binnen. Eerst stelde het je gerust, het rijtje appjes in het venster van je mobiel. Ze dacht aan je! Maar nu de stroom onstuitbaar lijkt geworden, krijg je het er een beetje benauwd van. Ze deelt alles met je, ook dingen die je niet per se hoeft te weten. Wat haar vriendinnen zeggen, wat haar vriendinnen denken, wat haar vriendinnen doen. Welke broek ze draagt, welk shirtje, welke schoenen. Ze stuurt foto’s van zichzelf, met getuite mond, staand voor een spiegel waarin je een deel van een meisjeskamer ziet afgebeeld. Je ontmoette haar op een feest. Ze was het soort meisje dat niet meteen ladderzat op je schoot klom. Ze had in de deuropening van de kamer staan kijken naar de anderen, haar hand losjes op een heup, de andere hand om de deurpost. Ze zag eruit als iemand om van te houden. Op dat moment dacht je te weten wie ze was. Alle verdere rituelen van toenadering konden overgeslagen worden. Ze had in de stilte van de bijna-ochtend naast je gefietst en jullie hadden gezwegen. ‘Samen zwijgen is de mooiste vorm van praten’, schreef je die avond in je dagboek. Op het scherm verzamelt zich een wolk van nieuwe berichtjes.

Tekst Marjolein Scherphuis | Foto Alfred Oosterman

Ooij

AOf_20120414_Ooijpolder-31-768x768

Dat wilgen in het water groeien, je wist het niet. Vast wel eens op een kalender of in een tijdschrift gezien, maar je hebt dat beeld nooit echt toegelaten, laat staan opgeslagen. Uiterwaarden, je leerde erover op school, opgroeiend in een provincie bedekt met veen en zandgronden, waar men van een rivier slechts dromen kan.
Nu ben je hier. Je ogen tasten gretig deze nieuwe horizon af en je voelt een wilde vreugde. Op jouw leeftijd zijn alle uitzichten wel verkend, uitgekauwd, teruggebracht tot veilige vergezichten. Maar jij mag opnieuw beginnen.
De wind die van het water komt, vouwt de wilgen, buigt de takken, streelt de bladeren. En raakt jouw gezicht aan zoals nieuwe handen zouden kunnen doen. De weg is recht, de weg is krom. De weg is hoog en laag en mét de hoogteverschillen verandert het gezicht van deze polder. Voor wie geen vrees kent, is veel moois weggelegd. Dit nieuwe landschap brengt geen scheiding aan tussen rivier en oevers. Bomen en runderen staan tot over hun enkels in het water. Vredig. Volkomen gerust op een goede afloop. Heimwee overspoelt je. Het is dit landschap, dat je nog niet kent en waarin zoveel verstreken tijd rondzingt. Bij het ontwaken zag je ooievaars. Een vriend appte je en vroeg: ‘Heten die waar jij nu bent dan Ooijevaars?’

Tekst Marjolein Scherphuis | Foto Alfred Oosterman

Gezien

AOf_20200122_Zwolle-2680-1024x1024

Vanaf het moment dat je de hal betreedt, voel je je bekeken. Je bestaan wordt ongemakkelijk uitvergroot doordat de zalen die je doorkruist jou lijken uit te lichten in plaats van de tentoongestelde kunstwerken. Jou in enkelvoud. Jou in afgesneden vorm. Jou zonder hem. Je ongemak neemt pas in de museumwinkel echt onverdraaglijke vormen aan. Waar je tot dan toe het geluid van zijn voetstappen hebt gemist, ontbreekt nu zijn stem. Je zoekt naar zijn hand om de jouwe, op weg naar een mooie uitgave of een bijzonder exemplaar. Dat de stilte van een ontbrekende stem zo oorverdovend kan zijn. Geruisloos spoed je je naar de hal, waar je de uitgang weet. Er wordt naar je gekeken, maar je wordt niet meer gezien.

Tekst Marjolein Scherphuis | Foto Alfred Oosterman

Op hoogte

AO

Op hoogte oogt alles anders. Je ziet grote dingen zich verkleinen. En kleinere zaken verdwijnen in een samenvallen met soortgenoten. Een verzameling gebouwen wordt een stad, een skyline, een stenen uitzicht. Staand op het dak van het grootste gebouw van de stad, word je geconfronteerd met een nog hoger bouwwerk. Zo gaan die dingen, dat heb je al vaker gemerkt. Als je denkt dat je er bent, blijk je vaak nog maar aan het begin te staan. Het is als met kennis vergaren. Hoe meer je weet, hoe groter je besef van wat je niet weet. Je staat oog in oog met de klok. De tijd, die wordt aangegeven door de verschuivende wijzers van de klok, is net zoiets. Je kunt weten hoe laat het is, maar daarmee weet je niet hoeveel tijd je nog rest. En de voorbije tijd is ingedikt tot een paar indringende momenten. Je snuift de koude lucht in en voelt hoe kleine regendruppels je gezicht beroeren. Je recht je rug. Aangeraakt worden door het leven vraagt om een oplettende houding. Zoals een nieuw uitzicht vraagt om nieuwe inzichten.

Tekst Marjolein Scherphuis | Foto Alfred Oosterman